‘Vertellingen’

[moet nog opgemaakt en afgemaakt worden]

Inleiding
Kearney beschrijft hoe “de kunst van het vertellen (…) datgene is wat ons een gedeelde wereld verschaft. (…) pas wanneer gebeurtenissen een verhalende vorm krijgen, komen we volledig in het bezit van onze geschiedenis” (p.3). Hierin wordt “ondergane tijd naar verwoorde tijd” omgezet. Zijn betoog gaat er over dat het narratieve ook in ons tijdperk van verbrokkeling en verbreking een van de meest levensvatbar vormen van identiteit zal blijven verschaffen – voor individu én gemeenschap. Hiermee zet Kearney zich af tegen hen die in de huidige cyber- en mediacultuur het einde zien van het verhaal. In hun ogen is er niets meer dat “niet onmiddelijk kan worden opgebiecht aan anonieme vreemdelingen (…) het narratieve vervlakt, dreigt ten onder te gaan in een zee van consumentisme.

“Ik zou deze onheilsprofeten willen tegenwerpen dat de nieuwe technologiën van de virtuele en gedigitaliseerde verbeelding het narrative niet verdelgden, maar juist kunnen leiden tot nieuwe manieren van vertellen die in onze eerdere culturen gewoonweg ondekbaar waren” (P.13)

Soorten verhalen
Basis van elk soort verhaal is dat iemand aan iemand anders iets vertelt over iets. De mythe is een van eerste verhaalvormen had een helige rituele functie. Hiermee werden de oorsprong van een gemeenschap en haar voorouders herdacht. De verhalen werden steeds opnieuw vertelt, generatie op generatie, waardoor ze telkens een beetje anders werden.

De mythe splitste zich na verloop van tijd in de “historische” en de “fictionele”. De historische ging meer richting een weergave van de werkelijkheid. Dit leverde op individueel niveau de “levensbeschrijving” op en op het niveau van een gemeenschap “geschiedenis”.De fictionele ging meer richting “roman”, net echt, maar verzonnen en vaak met een ethische of esthetische boodschap.

Het historische en de finctionele verhaal hebben allebei een “mimetische functie”. Beiden kunnen een transformerende bewerking zijn van verspreide gebeurtenissen tot een nieuw paradigma (p.14). Veel verhalen zijn een uitnodiging om de wereld anders te zien en ons ego open te stellen van andere manieren van “zijn”.

Narrativiteit en het individu
Er zijn drie vormen van fictioneel vertellen die direct het individu raken, doordat ze op verschillende manieren “waar” zijn of kunnen worden.

De meer mytische verhalen van onze familie en lokale samenleving die de dragers zijn van traditie en erfgoed.

De verhalen die bedoeld zijn als schepping, soms een leugentje voor eigen bestwil, andere keren gewoon een slap verhaal. Een voorbeeld is een schrijver, die tegen iemand bluft dat hij een toneelstuk aan het schrijven is. Dit gaf hem tijdelijk voldoende reputatie om daadwerkelijk een opdracht tot het schrijven van een toneelstuk te krijgen.

Verhalen die de vorige twee soorten combineren tot een helende en transformerende fantasie. In James Joyces “Ulysses” ontsnapt de hoofdpersoon aan de nachtmerrie van tradities en erfgoed naar een door de verbeelding getransformeerde wereld. Men zal zich Ierland herinneren vanwege hem, niet andersom. Ook Joyce zelf verwezenlijkte op deze manier dingen die voor hem in het leven onmogelijk waren. Misschien wel zelfs dat vandaag de dag Ierland en Joyce nauw met elkaar verbonden zijn.

Narrativiteit en de gemeenschap
…..

vragen:
wat zijn die nieuwe vormen dan? (p13)
wat verandert er als je dagboek online voor iedereen zichtbaar is en eeuwig blijft.

Leave a Reply